Dit is het bitterste op aarde

Landheer, Jo, 1900-1986

Dit is het bitterste op aarde: 't leed,
Dat we onze doden deden bij hun leven.
In slapeloze nachten keert het weer
En dof aansuizend op de nachtwind beven
Krenkende woorden, achteloos gezegd,
En tedere, die ongesproken bleven.

Teder afscheid

Langendijk, Pieter, 1683-1756

Hoe kan myn waarde helft, myn lief, dus van my scheiên!
Riep Filles, Mikons vrouw, met jammerlyk misbaar,
En sloeg haar handen in haar schoon en goudgeel hair;
Zy snikte, en riep nog eens, kunt gy my dus zien schreijen!

Hy poogt met zoete taal zyn waarde lief te vleiën,
En zegt, zyt toch getroost, 'k bid denk om geen gevaar,
Wy zullen in 't kort weer weezen by malkaar,
't Geluk zal hoop ik my op myne reis geleiên.

Ach! sprak ze, zonder u heb ik noch vreugd noch lust!
En als het dan moet zyn, nog eens voor 't laatst gekust,
Hoe klopt myn hart! het zal van droefheid overstroomen!

Daar op vaart Mikon met de schuit van Amsterdam
Op Haarlem, waar van daan hy's avonds wederkwam.
Dat was de grootste reis die hy hadt voorgenomen.


Overgenomen uit: Alleen liefde houdt stand, gedichten over huwelijk, liefde en trouw, Kampen: Kok 2003.




Alleen liefde

Lievaart, Inge, 1917

Alleen liefde houdt stand
maar wat is liefde?

niet die voor ik
die voor ik in jou
dat heet maar zo
dat is liefde alleen gebleven
leeg stro dat verbrandt -

niet die voor mooi
die voor rood voor blauw
dat schijnt maar zo
koud vuur is dat
sneller dovende nog dan de kleuren -

maar liefde als ja
maar liefde als trouw
dwars door het nee van uit elkander scheuren
die houdt langer stand
die is meer dan een droom
presentie des Heren is in haar brand
vlammen die niet verteren
ontmoeten waarin men woont
een geworteld tehuis -
o wonderlijk nest in de boom van het kruis


Overgenomen uit: Alleen liefde houdt stand, gedichten over huwelijk, liefde en trouw, Kampen: Kok 2003.

Afscheid

Morrien, Adriaan, 1912-2002

Zul je voorzichtig zijn?

Ik weet wel dat je maar een boodschap doet
hier om de hoek
en dat je niet gekleed bent voor een lange reis.

Je kus is licht,
je blik gerust
en vredig zijn je hand en voet.
Maar achter deze hoek
een werelddeel,
achter dit ogenblik
een ze van tijd.

Zul je voorzichtig zijn?


Overgenomen uit: Geen dag zonder liefde: honderd jaar Nederlandse liefdespoëzie uit Noord en Zuid, Amsterdam: De Bezige Bij 1994.


Ja

Schippers, K., 1936

Ik heb je lief zoals je soms
gelijk een gouden zomerdag bent
nee nee nee
ik heb je lief zoals je bent
nee nee
ik heb je lief zoals
nee
ik heb je lief

Doosje

Schmidt, Annie M.G., 1911-1995

Ik ben zo bang dat je strakjes verdwijnt,
vervaagt in mist en dan nooit meer verschijnt,
oplost in zonlicht of smelt in de regen,
ja, dat komt voor en wat doe je ertegen?
Wegvliegt door \'t raam als een heel domme vlinder,
hoge beloning voor Eerlijke Vinder.

Ik zou je het liefste in een doosje willen doen
en je bewaren, heel goed bewaren.
Dan zou ik je verzekeren voor anderhalf miljoen
en telkens zou ik eventjes het doosje opendoen
en dan strijk ik je zo zachtjes langs je haren.
Dan lig je in de watten en niemand kan erbij,
geen dief die je kan stelen, je bent helemaal van mij.
Ik zou je het liefste in een doosje willen doen
en dan telkens even kijken,
heel voorzichtig even kijken,
en dan telkens even kijken
en een zoen.

Je mag er eventjes uit, elke dag.
Zeker dat mag. Ja, een uurtje, dat mag.
Laten we zeggen: naar \'t Vondelpark, even,
alleen om de eendjes wat eten te geven.
Maar \'k hou je vast, ook tegen je zin
en na een uur ga je \'t doosje weer in.